Recensie: ‘Laat ons zien wie je bent’ van Elle McNioll

Het verhaal

Na het vertrek van haar beste vriendin is Cora veel alleen. Thuis is het niet supergezellig, want haar moeder is overleden en haar vader en broer werken allebei. Op een avond moet Cora mee naar een feestje van het werk van haar broer, en daar ontmoet ze Adrien. Adrien is van haar leeftijd, en hij heeft besloten dat Cora zijn nieuwe beste vriendin wordt.

Cora begrijpt niet waarom Adrien haar beste vriend wil zijn, en ze begrijpt ook niet waarom Adrien en zij zo goed klikken. De vriendschap gaat bijna vanzelf, en dat is Cora niet gewend. Sociaal contact gaat bij haar niet vanzelf. Sterker nog: het gaat zo niet vanzelf dat groepsprojecten op school erop uitdraaien dat zij als enige aan het werk is (op de wc, en de lunch overslaat om alles af te krijgen) en ze niet bij de schoolkrant mag omdat ze niet goed kan samenwerken.

Cora is autistisch, en daarom gaan dit soort dingen niet vanzelf. Maar met Adrien gaat het allemaal wel vanzelf. Adrien heeft ADHD, en is dus ook neurodivers, net als Cora. Op een dag krijgt Adrien een ongeluk, en hij raakt in een coma. Cora wil haar vriend dolgraag terug. De vader van Adrien werkt bij Pomegranate, een plek waar ze hologrammen maken van mensen. Cora gaat Pomegranate helpen in ruil voor gesprekken met de (holo)Gram van Adrien. Maar na een poosje merkt ze dat er iets niet klopt aan de Gram van Adrien. Niet alleen is het ‘maar’ een Gram, maar ook is het niet een echte Gram van Adrien. Het is Adrien niet, niet echt. Wat is er aan de hand?

Mijn mening

Dit is een prachtig boek over de kracht van lotgenoten en (zelf)acceptatie, en over hoe dapper je moet zijn om jezelf te durven zijn in een maatschappij die niet wil dat jij echt jezelf bent, maar een aangepaste versie van jezelf.

In het verlengde daarvan: dit boek zwengelt een mooie discussie aan over maakbaarheid van mensen en de ethiek daaromheen. Er is al discussie geweest over of je alle dingen die de verschillende onderzoeken rondom de zwangerschap wel moet willen weten, en dit gaat nog een stapje verder: willen we mensen dusdanig veranderen dat ze niet meer zichzelf zijn? En als we dat niet willen, waarom willen we dan wel dat neurodiverse mensen alleen een aangepaste versie van zichzelf laten zien? Waarom willen we mensen niet aanpassen, maar willen we ook niet dat ze echt zichzelf zijn?

En het zwengelt ook de discussie over technologie en wat we daarmee wel en niet kunnen/moeten/willen aan. Ook daar kun je wel een paar boeken over volschrijven, maar in dit boek komt het allemaal heel subtiel voorbij. Een geoefende lezer zal het eruit halen, maar voor minder geoefende lezers kan dit met een paar goede vragen wel een manier zijn om na te gaan denken over dit soort thema’s.

Tot slot zijn er nog twee discussies die worden aangestipt in het boek: het verschil tussen ‘ik ben autistisch’ en ‘ik ben een persoon met autisme/een persoon met autistische kenmerken/trekken’ en de discussie tussen acceptatie en genezing. Aangezien die een vrij grote rol spelen in het boek, ga ik daar niet al te diep op in in deze recensie. Dan moet je het boek maar lezen!

Grappig is hoe Cora en Adrien makkelijk vrienden worden: dat is ook mijn ervaring met neurodiverse mensen. Daar word ik veel makkelijker vrienden mee dan met ‘gewone’ mensen. Adrien vindt dat normaal, Cora niet. Ik vond dat een mooie illustratie van waar zij zitten in hun acceptatieproces en van hoe Adrien Cora helpt om zichzelf te accepteren zoals ze is.

Hoewel het over neurodiversiteit gaat, gaat het boek er ook niet over. Cora en Adrien zijn gewoon zo. Pas als je ze allebei in je hart hebt gesloten komt de ethiek erbij. Cora heeft meer moeite met haar anders-zijn, maar dat komt omdat zij in een omgeving zit waar misbruik wordt gemaakt van haar (groepsprojecten op school…) en men focust op de nadelen van haar anders zijn. Als je daar de hele tijd tegenaan loopt, is het ook moeilijker om te accepteren dat je anders bent dan als je in staat bent om je leven in te richten zoals het bij jou past.

Cora bokst ook op tegen een omgeving die haar wel wil beschermen voor pijn en verdriet, maar niet voor groepsopdrachten en medeleerlingen die misbruik van haar maken. Zo herkenbaar! Bij de schoolse dingen (medeleerlingen die jou al het werk laten doen en vervolgens liegen over wie wat heeft gedaan in het project) vindt ‘men’ altijd ‘dat dat erbij hoort’, ‘want als je later een baan hebt gaat het ook zo’. Nou heb ik nogal wat banen gehad, maar het is me slechts bij een baan overkomen dat er een (soort van) groepsproject was waarbij een collega en ik het leeuwendeel van het werk leverden, en daarbij konden we ook gewoon zeggen ‘wij doen dit niet meer’. Bij andere groepsprojecten spreekt een leidinggevende je aan als je in een werksituatie je werk niet doet. Waarom dat in een schoolsetting niet normaal is, is mij, 20 jaar na de middelbare school, nog steeds een raadsel.

Fijn dat we een boek hebben over een normaal tot hoogbegaafd autistisch meisje zonder in vooroordelen te verzanden. Zo is Cora niet constant aan het fladderen, is ze niet briljant in beta-vakken (daar ligt in ieder geval niet de focus op), en begaat ze niet de ene na de andere sociale faux pas. Cora is gewoon een sterk personage dat toevallig autisme heeft.

Ik ben op meerdere momenten echt ontroerd geweest door dit boek, en dit boek had mij als tiener waarschijnlijk in tranen doen uitbarsten. Cora is met 12 jaar verder in haar acceptatie dan ik toen ik 20 was. En dat gun ik iedere jongere met autisme.

Lees dit boek. Ik kan het niet genoeg zeggen: lees dit boek.

Dit boek is vertaald door Margareta van Andel

Plaats een reactie