Ik sta iedere week een dagdeel in de schoolbibliotheek van de school waar ik werk (als vrijwilliger), en een van de discussies die regelmatig speelt in schoolbieb-land is of alle boeken in de schoolbieb ‘rijke taal’ moeten bevatten. Ik ben oprecht van mening dat dat niet goed is, en vandaag leg ik uit waarom.
Wat is ‘rijke taal’?
Rijke taal is taal die zich niet altijd aan de methode houdt. Teksten die gebruikt worden zijn niet binnen de AVI-normen geschreven, en komen uit ‘het echte leven’ (lees: kranten, tijdschriften en jeugdliteratuur). Er zitten woorden in die de meeste mensen niet iedere dag (of zelfs week of iedere maand) gebruiken. Een rijke tekst nodigt uit voor discussie, bevat gelaagdheid (lees: je kunt over verschillende onderdelen van de tekst/aspecten van het verhaal discussiëren) en sluit aan bij de belevingswereld van de leerling (met andere woorden: eerder Thea Beckman of Jan Terlouw dan Louis Couperus, puur op de leeftijd van de personages).
Om even een paar voorbeelden te geven (en deze heb ik ter plekke uit mijn duim gezogen en zijn dus niet per se voor kinderen en jongeren):
“De rivier meanderde door het heuvelachtige landschap, en de vertakkingen voorzagen de dorpelingen van vers water, dat ze uit de put op het plein haalden. Over de kasseien spoedde de waardin zich naar haar herberg, waar zij de scepter zwaaide.”
“Als gevolg van het loyaliteitsconflict in de groep kameraden, implodeerde de vriendschap en bleef er een groepje individuen over dat elkaar nog weinig te vertellen had. De lijm was verdwenen, en de enige reden om nog samen te komen was om de nostalgische gevoelens te koesteren.”
“Adolescenten maken nog maar weinig gebruik van traditionele media. Zij consumeren de actualiteit en het door hen uitverkoren entertainment via hun persoonlijke device, waar men vroeger “thuis voor de buis” zat. Deskundigen discussiëren regelmatig over deze kwestie.”
Wat je waarschijnlijk wel opvalt aan bovenstaande tekstjes, is dat de zinnen lang en complex zijn en dat er relatief veel woorden in zitten die je niet iedere dag gebruikt. Veel van deze woorden hebben een gangbaarder alternatief, wat ik bewust niet gebruikt heb. Waarschijnlijk valt je ook op dat de zinnen niet zo lekker lezen. Dat is een direct gevolg van de lange zinnen en de woorden die je niet zo vaak gebruikt. Teksten met kortere zinnen en woorden die je goed kent/vaak gebruikt zijn makkelijker te lezen.
Flut, pulp en “arme taal”
Het heeft een reden dat ik deze post publiceer op een dag waarop veel mensen vrij zijn. Ik ga er van uit dat veel mensen vandaag wat ruimte in hun hoofd hebben om deze post te lezen. Je hebt namelijk ruimte in je hoofd nodig voor rijke taal (dat is in ieder geval mijn ervaring). Als je weinig tot geen ruimte in je hoofd hebt, bijvoorbeeld omdat je een intensieve werkdag had, of je ruzie had en daar nog mee in je hoofd zit, of omdat je aan het verhuizen bent, of er zijn familieomstandigheden… Dan is het lastiger om rijke taal te lezen. Net zoals je dan geen diepgaande genuanceerde documentaire gaat kijken, maar lekker makkelijke wegkijk-tv (of Netflix/YouTube/Disney+) gaat kijken in de avond.
Met andere woorden: je kijkt of leest eerder een ‘flutboek’ of ‘pulp’ als je een vol hoofd hebt. En ja, pulp zit vol met “arme taal” (de tegenhanger van rijke taal is logischerwijs arme taal), en ja, het is vaak niet inhoudelijk het meest diepgaand, gelaagd, educatief of nodigt uit tot discussie. En ja, dat is soms ook goed voor je. Want soms heb je niet iets diepgaands nodig, soms heb je gewoon ontspanning nodig.
Waarom arme taal ook nodig is
Maar niet alleen jij hebt arme taal soms nodig, veel mensen hebben arme taal nodig. Arme taal is duidelijk, makkelijk en overzichtelijk. Arme taal is toegankelijk. En we hebben veel mensen voor wie boeken niet altijd toegankelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan mensen die niet heel veel school hebben gehad, mensen die dyslectisch zijn, mensen met een verstandelijke beperking, mensen die psychische problemen hebben waardoor hun hoofd vol zit of mensen die in een superdrukke of zware emotionele periode (of allebei) zitten.
Er zijn mensen die niet verder gaan komen dan arme taal. En dat is prima. Ik heb al eerder een blogpost geschreven over het feit dat we kennelijk prima kunnen dealen met het feit dat niet iedereen die aan sport doet een topsporter wordt, maar niet dat niet iedere lezer een toplezer wordt. Ik ben oprecht van mening dat we naar lezen op dezelfde manier moeten kijken als naar sporten: ieder niveau is goed. Als jij tijdens je sportsessie maar 50% kunt geven omdat je de hele week hebt lopen klussen, dan is dat prima. Als jij daarna op de bank wil ploffen met een flutboek/pulpboek/boek in arme taal/lectuur, dan is dat net zo prima. Als jij je hele leven op amateurniveau sport, is dat prima. Als jij je hele leven lekker luchtige boeken wil lezen, dan is dat net zo prima.
Waarom niet alle boeken in de (school)bibliotheek in rijke taal geschreven moeten zijn
En daarom moeten niet alle boeken in de (school)bibliotheek in rijke taal geschreven zijn: omdat je dan geen aanbod hebt voor de mensen die, tijdelijk of altijd, de lichte, luchtige, makkelijk lezende boeken nodig hebben. En wat gebeurt er dan? Dan gaan die mensen niet lezen. En mensen die stoppen met lezen, die beginnen niet makkelijk weer met lezen. Vaak hebben ze daar tamelijk grof geschut voor nodig, zoals een serie vol dikke boeken die de halve wereld overgaat (De Zeven Zussen, Fourth Wing), een mega bestseller (Een Keukenmeidenroman, De Tweeling) of een pandemie ofzo.
Zonder dollen: ik heb liever dat mensen, tijdelijk of permanent, boeken in arme taal lezen dan dat ze stoppen met lezen. En als je niet weet dat er boeken bestaan die tegemoet komen aan je behoefte aan makkelijk leesvoer, dan is de kans groter dat je tijdens een storm in je leven stopt met lezen en nooit meer begint (tenzij er dus grof geschut aan te pas komt, en aangezien een deel van dat grof geschut best wel grote invloed had op mijn leven heb ik dat liever niet).
Lezen is namelijk hartstikke goed voor je, ook als dat in ‘arme taal’ is. Net zoals een beetje sporten een enorme verbetering is ten opzichte van niet sporten. Dus, voor ieders welzijn, nu en in de toekomst: neem in een (school)bibliotheek niet alleen maar boeken op in rijke taal, want anders hebben we straks weer een nieuwe boekenhype of een pandemie nodig om de leescrisis te bestrijden. Dan kunnen we beter gewoon wat boeken in arme taal aanbieden, dat lijkt me voor iedereen beter.
Ik zou er een beetje moe van worden als ik een boek zou lezen met rijke taal. Niet dat ik het niet begrijp ofzo, maar ik gebruik al die woorden nooit. Dus het voeelt een beetje onnatuurlijk aan voor mij.
Ik hield als kind al van lezen, maar ik zal nooit een toplezer worden. Lezen vereist toch altijd wel concentratie en die is niet altijd even goed bij mij. Zou een beetje vreemd zijn he, als er alleen nog maar boeken met rijke taal zou zijn
LikeLike
Sommige mensen die in schoolbibliotheken werken (en de boeken daarvoor inkopen) vinden dus dat alle boeken in de schoolbibliotheek in rijke taal geschreven moeten zijn. Maar net als bij jou: leerlingen hebben niet altijd die concentratie. Dus moet je (naar mijn mening!) ook boeken in ‘arme taal’ aanbieden. Beter arme taal dan niet lezen!
LikeLike
Ik denk dat ook altijd: áls ze maar lezen! En als het dan bevalt, gaan ze misschien vanzelf wel over naar de ‘rijke’ taal.
LikeLike
Precies. En er zullen altijd mensen blijven die geen boeken in rijke taal lezen, en dat is ook goed.
LikeLike
Precies: als ze maar lezen. En wij volwassenen hebben ook de nodige momenten dat we geen rijke taal lezen! Dus dan mogen kinderen dat ook.
LikeLike