Ik denk dat iedere lezer wel eens een boek heeft gehad wat je ‘niet zo aansprak’. En iedere lezer heeft ook wel eens een boek gehad wat je juist enorm aansprak. Zo erg, dat je daarna bent blijven lezen, steeds op zoek naar diezelfde (of op zijn minst een vergelijkbare) rush, waarbij je wilde blijven lezen, tot het opeens half 3 in de nacht was en je boek opeens uit was. Maar wat maakt nu dat je wil blijven lezen, net zo lang tot je ogen dichtvallen en daarna ook nog?

Een vorm van spanning
Laat ik beginnen met de duidelijkste factor: een boek met de doorleesfactor moet een vorm van spanning hebben. Dat kan een lijk of dreiging zijn, maar het kan ook ‘hoe komen deze personages uiteindelijk bij elkaar’ zijn, ieder hoofdstuk eindigen met een cliffhanger of zelfs ‘hoe is het zo ver gekomen als ik op pagina 1 las?’. Maar er moet een vorm van spanning in zitten. Zonder spanning mis je de prikkel om door te lezen.
Tempo
Nog iets wat de doorleesfactor enorm beïnvloedt: het verteltempo. Het is niet voor niets dat de boeken van Arlidge veel mensen aan het lezen hebben gekregen: het verteltempo in zijn verhalen ligt enorm hoog, je gaat van cliffhanger naar ontploffing naar plottwist naar cliffhanger naar explosie, en dat is iets wat fijn is om te blijven lezen.
Wat ook bijdraagt aan het leestempo: niet te lange hoofdstukken. Arlidge doet dit in extreme vorm (sommige hoofdstukken zijn maar anderhalve bladzijde lang), maar het is iets wat je steeds meer ziet: korte hoofdstukken, passend bij de kortere spanningsboog die mensen tegenwoordig hebben. Het lukt veel mensen echt wel om een dik boek uit te lezen, als ze maar regelmatig beloond worden voor het lezen in de vorm van ‘een hoofdstuk uitlezen’.
Je kunt er als auteur ook voor kiezen om wel lange hoofdstukken te maken, maar om die bijvoorbeeld superspannend te maken of er een paar plotwendingen in te verstoppen. Een andere optie is om regelmatig hints te laten vallen. Aangezien dit een techniek is die je net zo goed moet balanceren als clickbait, is dit niet iets wat je klakkeloos kunt toepassen (wat met de ontploffingen iets makkelijker is).
Daarnaast helpt het veel (niet alles, wel veel) mensen als de taal niet te complex is. Niet te lange zinnen, niet te veel woorden die je in het dagelijks leven ook niet gebruikt, dat soort dingen. Hoe makkelijker het leest, des te beter is het voor het leestempo.
Personages die je aanspreken
De eerste twee factoren zijn eigenlijk voor bijna ieder boek wel te realiseren. Maar nu komen we bij de factoren die wat persoonlijker zijn, en die dus niet voor iedere boek te realiseren zijn.
En de eerste persoonlijke factor is dat er in het boek personages moeten zitten die je aanspreken. En dat kan om heel verschillende redenen zijn: omdat je dezelfde leeftijd hebt als het personage, omdat je iets gemeen hebt met het personage, omdat je het personage sympathiek vindt of omdat het personage (of de ontwikkeling die die dat personage doormaakt) je interesseert.
Thema’s/genres die je aanspreken
Nog zo’n persoonlijke: het thema van het verhaal of het (sub)genre moet je aanspreken. Ik hou bijvoorbeeld van detectives en thrillers, maar heb niets met paranormale invloeden in mijn thriller. Geen boodschappen van boven, geen ‘verschijningen’, geen geesten die iets influisteren, gewoon niet. Dus als dat in mijn thriller zit, haak ik af. Maar als de speurder bijvoorbeeld zich een ‘gesloten’ wereldje in moet werken (een kostschool, de modellenwereld, een dorpje, een game, een elite-clubje…), dan vind ik een detective al snel extra leuk.
Nog iets wat ik fijn vind in boeken: water of de zee/het strand. Ik ben gek op de zee, dus een boek wat aan zee speelt of waarin het strand een rol speelt zal ik sneller uitlezen dan een boek wat, ik noem maar wat, in de ruimte speelt.
Het lastige voor auteurs is dat dit hele persoonlijke factoren zijn. Iets wat mij enorm aanspreekt en maakt dat ik het boek juist uit wil lezen, kan voor iemand anders maken dat ze het uit het raam willen gooien. Daarom is een boek niet uitlezen in mijn ogen vaak geen aanval op de auteur, maar gewoon een mismatch tussen jou en het boek.
Het ‘haakje’
Tot slot is er nog een factor, en die factor is ontzettend vaag (ik zeg het maar vast). Het is iets wat ik ‘het haakje’ noem. Het haakje maakt dat je overdag nadenkt over je boek, dat je je blijft afvragen hoe het verhaal verder gaat, en dat je ’s avonds en in je weekeind/vakantie graag verder wil lezen. Dat haakje is voor iedereen en per boek anders, maar ieder boek waarbij jij de doorleesfactor ervaart heeft zo’n haakje.
Ik vind vooral in voorleesboeken die doorleesfactor altijd heel belangrijk. En dan lekker stoppen op het moment dat er net iemand z’n pistool heeft getrokken (en dan leerlingen horen zuchten en steunen, want ‘dat is niet eerlijk’).
Voor mezelf merk ik dat inderdaad de korte hoofdstukken het ‘goed doen’. Ik heb nu een boek op de e-reader en dan staat bovenaan dat een hoofdstuk 17 pagina’s is en stop ik sneller met lezen dan wanneer daar 3 had gestaan.
LikeGeliked door 1 persoon
Met een vol hoofd is 3 pagina’s ook veel overzichtelijker dan 17! Ik kan helaas maar weinig spannende boeken voorlezen, dus ik hoop dat mijn volgende groep daar meer mee kan.
LikeLike
Klopt allemaal, maar vooral het haakje.
LikeLike