Is het validistisch om moeilijke woorden te gebruiken in boeken?

Op Instagram (en mogelijk ook TikTok, maar daar zit ik niet dus dat weet ik niet) gaat op dit moment een discussie rond. Het schijnt (ik weet dit niet zeker, het is een beetje hear-say) dat er een of meerdere lezers hebben gevraagd om boeken zonder moeilijke woorden, want het gebruik van moeilijke woorden zou “ableist” (in het Nederlands: validistisch) zijn. Ik heb daar een mening over, en die deel ik vandaag.

Wat is validisme/ableism?

Laten we even bij het begin beginnen: wat is validisme of ableism?

Validisme is het discrimineren, uitsluiten of stigmatiseren van mensen met een beperking (fysiek, verstandelijk of een mentale aandoening). Dit kan bijvoorbeeld een gebouw zijn waar je alleen in komt als je kunt lopen, het blokkeren van een blindegeleidelijn op het station of alleen gesproken informatie geven bij een noodsituatie (toen de wereld in de fik stond, heeft het een paar weken geduurd voor er een tolk Nederlandse Gebarentaal bij de persconferenties was, waardoor mensen met een auditieve beperking veel informatie niet meekregen). Maar validisme is ook ‘mongool’ of ‘autist’ roepen naar iemand die zich anders gedraagt dan jij, of die iets niet op jouw tempo begrijpt. En validisme is ook het gebruik van (te) moeilijke woorden in communicatie die mensen die niet (goed) kunnen lezen of niet zo veel woorden begrijpen wel moeten kunnen begrijpen. Denk bijvoorbeeld aan overheidscommunicatie (zie hier waarom al die folders van de overheid in Jip en Janneke-taal geschreven zijn) en bijsluiters van medicatie.

De Engelse term is ableism, en is in 1988 door Yvette den Brok-Rouwendal vertaald naar validisme. Door mensen met een beperking invalide of mindervalide te noemen, zeg je iets over hun waarde als mens. Dat idee komt voort uit racisme, het idee dat je huidskleur iets zegt over je waarde als mens. Zo zou ook je beperking (fysiek, verstandelijk of psychisch) je minder waardevol maken als mens.

Om het iets korter te zeggen: validisme is alles waardoor iemand met een beperking als minder waardevol wordt gezien, een tweede- of derderangs mens, en het dus niet nodig is om ervoor te zorgen dat iemand volwaardig en/of zelfstandig mee kan doen aan de maatschappij.

Boeken met moeilijke woorden

En met dat in ons achterhoofd, is er inderdaad iets te zeggen voor het argument dat moeilijke woorden in boeken validistisch zijn. Voor iemand met een beperkte woordenschat of die moeite heeft met lezen, kan een boek met moeilijke woorden minder tot niet toegankelijk zijn. Dit heb ik van dichtbij gezien toen een vriendin van mij met NAH een boekenserie met veel verzonnen woorden niet kon volgen als ze de boeken probeerde te lezen.

Maar… ze kon de boeken wel volgen als ze de verhalen luisterde. Luisteren heeft in de hersenen hetzelfde effect als lezen, en het kan een hoop boeken toegankelijker maken voor mensen die moeite hebben met moeilijke woorden lezen.

Het probleem daarbij is dat je wel moet leren om informatie uit de context te halen. Wat dat betreft zou het goed zijn als iedereen een paar lesjes Latijn of Spaans (of een andere taal waarbij je wel de lettertekens kent maar je woordenschat beperkt tot non-existent is, een Scandinavische taal zou ook prima kunnen) zou krijgen in het onderwijs. Niet omdat je die taal per se moet leren, maar omdat je kunt leren hoe je omgaat met een tekst waarbij je een of meerdere woorden niet herkent. Dat is een vaardigheid die je bij verschillende talen leert, en omdat we steeds vroeger Engels leren is Engels niet meer geschikt voor dit doel.

Ik heb zelf verschillende talen gehad op de middelbare school, en in alle eerlijkheid: dat ging me niet altijd makkelijk af. Ik ben namelijk dyslectisch, en dyslexie en talen gaan niet goed samen. Toch koos ik voor veel talen. Ik had namelijk op een gegeven moment het ‘trucje’ door: als er in een tekst een woord staat wat je niet kent, is de kans groot dat er in de tekst daaromheen uitleg of context voor dat woord staat. Je kunt dan blijven hangen op dat ene woord, maar vaak is dat niet nodig, omdat de tekst zonder dat ene woord ook duidelijk is. Ik verving dat woord dan vaak voor het woord ‘smurf’, en vaak kwam er dan best een prima tekst uit. Wat ‘smurf’ was, daar kwam ik meestal in de loop van de tijd wel achter, en zo niet, dan kon ik ook nog kijken naar het woord zelf. Soms zat daar namelijk ook een hint in. Context heeft bijvoorbeeld als hint het woord ‘text’. Mediatheek heeft het woord ‘media’ als hint, en ‘vergoelijken’ heeft het stukje ‘goe’ als hint.

Deze ‘smurf’-truc en het zoeken naar hints in de context en in het woord zelf hebben wel een nadeel: je moet veel teksten tot je nemen om een grote woordenschat op te bouwen, zodat je genoeg woorden kent de onbekende woorden voor jezelf te verklaren.

En ik denk dat daar het echte probleem zit: mensen lezen steeds minder. Dat heeft niets met beperkingen te maken, dat is gewoon een feit. De hele wereld leest steeds minder, en de hele wereld leest steeds minder lange teksten, steeds minder complexe teksten en steeds minder hele boeken. Het zou mij verbazen als iedere lezer van deze blogpost de hele blogpost gelezen heeft. We lezen steeds minder. Minder lange teksten, minder complexe teksten en minder hele boeken. En die dingen samen maken dat het steeds lastiger is voor mensen om uit de context de betekenis van een woord te halen, waardoor teksten steeds meer moeilijke woorden bevatten, waardoor er minder gelezen wordt. Herhaal dit cirkeltje tot we allemaal alleen nog maar Jip en Janneke-taal kunnen begrijpen.

Is het validistisch om moeilijke woorden te gebruiken?

Ik denk dat het validistisch is om alleen maar boeken in rijke taal aan te bieden in de schoolbieb, bibliotheek of boekhandel. Ik denk dat het validistisch is om alleen het lezen van fysieke boeken te zien als echt lezen, en dus neer te kijken op lezers van ebooks en luisterboeken, en te doen alsof zij minder waard zijn als lezer/hun leeservaring minder waard is omdat ze geen fysiek boek lezen. Maar nee, ik denk niet dat het validistisch is om moeilijke woorden te gebruiken.

En waarom niet? Omdat lezen, zeker in deze tijd, niet iets is wat ontoegankelijk is. Je kunt boeken lezen van papier, je kunt ebooks lezen en je kunt luisterboeken luisteren. Er zijn heel veel mogelijkheden om te lezen en je woordenschat te vergroten. Het is niet iets wat onmogelijk is om te doen, ook niet met een beperking (ook niet met een verstandelijke beperking, want ik krijg het regelmatig voor elkaar om leerlingen een woord te leren wat ze nog niet kennen).

Dus nee, moeilijke woorden gebruiken is niet validistisch. Het is een manier om je uit te dagen. Zie het lezen als een game: jij moet puzzelen tot je de juiste betekenis van de tekst hebt. En als het lastig is zijn er verschillende manieren om het makkelijker te maken. Sommige verhalen zijn tegenwoordig niet alleen als luisterboek beschikbaar, maar ook als graphic novel, stripboek of geïllustreerde editie. Als je het lastig vindt om je te focussen op de tekst kun je tijdens het lezen een fidget toy gebruiken, of tijdens je luisterboek luisteren ondertussen ook een creatieve hobby doen. Ik weet dat er zelfs mensen zijn die het lezen van een fysiek boek combineren met breien of haken. Als je het lastig vind om lezen in te passen in je leven: lees onderweg naar studie of werk, zet een luisterboek aan tijdens het koken, opruimen en schoonmaken of combineer je wandeling of sportsessie met een luisterboek in plaats van een podcast of muziek.

Wat wel validistisch is: beperkingen gebruiken zodat jij geen nieuwe woorden hoeft te leren.

Praat gezellig mee!