Hoe Barbenheimer perfect in de literaire traditie past

Het zal niemand ontgaan zijn dat deze zomer wat natter en koeler is dan de voorgaande zomers. Persoonlijk vind ik dat geen enkel probleem (al snap ik dat het niet leuk is om nu op een camping te staan, maar goed, ik ga dan ook niet op een camping staan), en de bioscopen merken ook dat zij er voordeel bij hebben: mensen gaan veel meer naar de bioscoop (en minder naar het terras en het strand). Momenteel draaien er twee films die gelijk opgaan wat betreft bezoekersaantallen, en het bijzondere is: veel mensen bezoeken beide films, vaak op dezelfde dag. Eerst gaan ze naar Oppenheimer (over Robbert Oppenheimer, de natuurkundige achter het Manhattan-project) en dan naar Barbie (waarin Barbie uit haar Barbie-wereld stapt en geconfronteerd wordt met de problemen van echte vrouwen). En er viel mij iets op: dat past perfect in de literaire traditie.

NB: toneel en toneelteksten worden binnen de letterkunde tot de literatuur gerekend, zeker de teksten uit de middeleeuwen en de renaissance, waar het in deze blogpost over gaat.

Abele spelen en kluchten in de middeleeuwen

Tijdens de middeleeuwen kende men de zogenaamde abele spelen, waarvan vier handschriften bewaard zijn gebleven: Lanseloet van Denemerken, Esmoreit, Gloriant, en Vanden winter ende vanden somer. Deze stukken waren nogal serieus, en lieten een (moralistisch) ideaalbeeld zien van het leven. Omdat men toch moest zorgen dat de mensen aan het einde van de avond met een fijn gevoel naar huis gingen (en dus de avond erna terug kwamen voor nog een toneelstuk, we weten uit de teksten dat mensen werden aangemoedigd om de dag erop terug te komen), voerde men na afloop van deze abele spelen een klucht op, om de mensen te vermaken. Waar de abele spelen vooral over ridders gingen, gingen de kluchten over gewone mensen. Maar de thema’s waren vaak hetzelfde: in het serieuze abele spel zag men hoe het wel moest, in de klucht kreeg men voorbeelden van hoe het niet moest. Een klucht was zeker niet minderwaardig aan een abel spel: de thematiek en de boodschap was gelijk, het werd alleen op een andere manier gebracht.

Renaissancetoneel: serieuze tragedies met een komische toegift

Tijdens het begin van de renaissance werd deze traditie voortgezet: na een serieus stuk (vaak vol intriges en met copia (veelheid) en varietas (afwisseling), want daarmee hield je, volgens de toen geldende normen, de aandacht van het publiek vast) volgde een korte komische toegift. Dit zodat de bezoekers weer ‘in evenwicht’ waren als ze het theater verlieten. Door de tragedie die ze eerder bekeken hadden, kon het geestelijk evenwicht van de mensen immers verstoord zijn (ja, zo dacht men toen! Sterker nog: het serieuze stuk had als bedoeling om catharsis, emotionele zuivering te bewerkstelligen), en dat kon weer in evenwicht worden gebracht door het kijken van een klucht. De kluchten uit deze tijd (er zijn er honderden, zo niet duizenden geschreven) waren doorgaans wat minder subtiel dan bij de abele spelen, en aan de plot werden geen hoge eisen gesteld. Als men maar lachte na de zware tragedie, dan was het goed. Zo werd het geestelijk evenwicht weer hersteld. De klucht was dus eigenlijk een soort comfort-food voor de ziel, die na die catharsis wel wat comfort kon gebruiken.

Naast moralistische stukken kwamen aan het begin van de 17e eeuw ook stukken die de vaderlandse geschiedenis behandelden. Toneel was van oudsher een didactisch middel, en werd nu niet alleen ingezet om het publiek een spiegel voor te houden, maar ook om het publiek te onderwijzen over de geschiedenis van de Nederlanden. Amsterdam, de toneel-hoofdstad, was immers in een kleine veertig jaar gegroeid van een stad van 30.000 inwoners naar een stad van 105.000 inwoners, waaronder veel mensen met een andere nationaliteit. Die moesten natuurlijk wel inburgeren 😉

Langzaamaan kregen de stukken steeds meer een link met de actualiteit. Het toneel van vroeger was wat voor ons social media en tv is: een manier om te leren, te vermaken en een mening te vormen over de toestand in het land. Pieter Corneliszoon Hooft was een van de eersten die dit deed, in zijn stuk Geeraerdt van Velsen (1613).

Tot in de 19e eeuw maakte men gebruik van de combinatie van een tragedie of ‘treurspel’ en een klucht of een ‘blijspel’. Dit was onder andere het geval bij het beroemde stuk Gysbreght van Aemstel (1637), waar in 1707 De bruiloft van Kloris en Roosje van Thomas van Malsum en Pieternel Kroon (een echtpaar) aan gekoppeld werd, als een publiekstrekker. Deze koppeling heeft tot minstens 1814 bestaan (toen bezocht koning Willen I de voorstelling, vandaar dat dit geboekstaafd is).

Barbenheimer en de literaire traditie

Het gebruik om na iets serieus iets luchtigers of vrolijkers te presenteren stamt dus al uit de middeleeuwen, en heeft zich via het renaissancetoneel nu naar de filmwereld verplaatst. Door het gelijktijdig uitkomen van deze twee blockbusters (en de typisch Hollandse zomer), zie je dat mensen graag naar beide films gaan. Liefst achter elkaar: eerst het verhaal van Robert Oppenheimer (geschiedenis die gedramatiseerd is, ook dat past in de Nederlandse literaire traditie, zoals we hierboven hebben kunnen zien), en daarna een wat luchtiger verhaal (met nog steeds een serieuze maatschappelijk geëngageerde boodschap, laat je niet bedotten door al het roze) om zo wat tegenwicht te bieden aan het serieuze verhaal van Oppenheimer. Het grootste verschil tussen Barbenheimer en de literaire traditie is dat van oudsher in het serieuze als het luchtiger stuk dezelfde thema’s aan bod kwamen. Dat is bij deze combinatie niet het geval, maar verder past Barbenheimer perfect in de Nederlandse literaire traditie, zoals die is begonnen in de middeleeuwen.

Bronnen bij deze blogpost

https://www.literatuurgeschiedenis.org/teksten/abele-spelen (over de literatuurgeschiedenis van abele spelen)
Reader Literair Historisch Overzicht 2: Nederlandse literatuur van de vroegmoderne tijd (ca. 1550-1830) door Johan Koppenol en Ton van Strien (najaar 2008)
24 september 1617: Inwijding van de Nederduytsche Academie, door Mieke B. Smits – Veldt (uit: Nederlandse literatuur, een geschiedenis. M. A. Schenkeveld – Van der Dussen)
3 januari 1638: De opening van de Amsterdamse Schouwburg, door Lia van Gemert (uit: Nederlandse literatuur, een geschiedenis. M. A. Schenkeveld – Van der Dussen)

13 gedachtes over “Hoe Barbenheimer perfect in de literaire traditie past

  1. Naomi zegt:
    Naomi's avatar

    Interessante blog, die je vast een hoop tijd en uitzoekwerk heeft gekost. En eh, ik ben ook héél blij dat ik niet op een camping sta. Al ben ik ook niet in de bioscoop te vinden;).

    Like

  2. rinapka zegt:
    rinapka's avatar

    Dit is interessant en ga ik nog eens op mijn gemakje doorlezen.
    En het weer? ik vind het sneu voor de kampeerders en andere uitgaanders, maar ik vind het wel fijn zo. (vooral sinds ik mijn lange “fiets”regenjas weer gevonden heb..

    Like

Geef een reactie op booksometea Reactie annuleren